Participatiemaatschappij

Spreek eens langzaam uit, par-ti-ci-pa-tie-maat-schap-pij. Leuk woord, lekker ritme.

Ik ken het al uit de eerste periode van ‘De Crisis’. Overheden op alle niveau’s kwamen er achter dat grond uitgeven geen soelaas meer gaf. Niemand wilde nog grond kopen, ontwikkeld werd er  nauwelijks.  Krakend kwam de drukpers van de overheid tot stilstand. Er kwam geen geld meer binnen, er moest worden afgeschreven.

Door het tot aan die tijd gevoerde grondbeleid waren gemeenten niet alert op andere manieren van geld genereren. Na het uitbreken van de crisis moest dit wel. Allerlei ideeën werden geopperd.

Verzakelijking werd veel genoemd. Het model waarbij 1 partij al het vastgoed in een gebied opkoopt om het vervolgens weer terug te laten huren door de ondernemers. Het verschil met de bestaande situatie is dat de panden eenzelfde kwaliteitsniveau krijgen, het gebied daarmee een kwaliteitsimpuls krijgt, de WOZ en de OZB flink stijgen en de overheid op die manier ook geld kan ‘verdienen’. Een nieuw verdienmodel’ was geboren. Dat er ook ondernemers zijn die hun pensioen voor een gedeelte in de stenen hadden gestopt, vonden ambtenaren maar dom. Want dat pensioen-denken zat hun verzakelings-model in de weg.

Er volgden vele variaties op het thema. Met elan gaf de overheid aan dat ze zich aanpaste aan haar omgeving die steeds ondernemender werd. Groenonderhoud te prijzig? Laten we de ondernemers vragen om dit zelf op te pakken. Natuurlijk moeten ze dit zelf betalen en de belasting wordt niet verlaagd. De overheid heeft namelijk geld nodig om haar budget gestuurde onderdelen in de lucht te houden. Zo houden de overheden de regie over het publieke domein, voeren ze hun taken uit en kunnen ze samenwerken met de markt.

Het zou zo aardig zijn als juist nu een discussie zou ontstaan over wat die taken van de overheid precies zijn. Dan zou het zomaar kunnen dat ondernemers graag een aantal taken van de overheid overnemen. Ten eerste omdat ze het waarschijnlijk goedkoper kunnen realiseren en ten tweede omdat als een overheid een bepaalde taak niet meer heeft, ze er ook geen belasting voor hoeft te innen. Zo sla je 2 vliegen in 1 klap: je doet toch wat je moet doen, laat over aan de markt hetgeen de markt beter kan dan de overheid, je maakt werk van de o zo noodzakelijke verkleining van de overheid en er is  minder geld nodig. En wordt de belastingdruk dus verlaagd.

Toch is het tegenovergestelde zichtbaar. Vandaag kreeg ik een document van de gemeente Westland onder ogen. In hun strijd tegen de verloedering van bedrijfspanden en bedrijventerreinen, hebben ze bedacht dat het fijn zou zijn als ondernemers gaan denken als beleggers. Blijkbaar hebben ze daar nog niet door dat eigenaren van vastgoed harder afschrijven op hun bezit dan dat ze plannen kunnen schrijven! Van eigenaren wordt verwacht dat ze investeren in hun vastgoed, zodat de waarde (lees OZB inkomsten!) blijft en waardevermindering tegen wordt gegaan.

Onze Koning vindt ook – hij heeft dat in ieder geval voorgelezen –  dat we onze verzorgingsstaat moeten transformeren naar een participatiemaatschappij. En eigenlijk bedoelt hij precies hetzelfde als alle anderen die het woord in hun mond nemen.

Die participatiemaatschappij betekent feitelijk niks meer dan dat de ondernemer betaalt maar niet bepaalt. De overheid houdt de regie. Voor de taken die des overheids zijn is dat te begrijpen.  Maar wat zijn die taken exact? Ik pleit voor een maatschappelijke discussie over het takenpakket van de overheid.
Dan zou de doelstelling om de overheid kleiner te maken weleens heel veel sneller kunnen worden bereikt.

groeten,

Marlies

De Zakenpartner